Afrastering niet altijd effectief: 'We moeten wolven afleren op schapen te jagen'

© RTV Utrecht
Leusden/Amersfoort - Wie zijn schapen wil beschermen, neemt het best een goed hek. Dat lijkt de logische conclusie na een analyse van nu.nl van ruim zeshonderd wolvenaanvallen. Slechts zes keer stond het vee achter een wolfwerend raster. Maar gedragsbioloog Diederik van Liere is niet overtuigd en pleit bij RTV Utrecht voor andere methoden, zoals misselijkmakende karkassen en een alarmsysteem.
Ook in de buurt van Achterveld en Leusden dook de wolf de afgelopen tijd meerdere keren op. Goed nieuws voor liefhebbers van het dier, maar niet iedereen ziet het zo. Want de wolf maakt sinds zijn terugkeer veel slachtoffers. Vooral schapen zijn hun leven niet veilig. Zo werden in september zeker 32 schapen in de provincie doodgebeten door wolven, bleek uit dna-onderzoek.

Naïeve wolven

Tijd voor maatregelen, vond de provincie. Niet door de wolf te verjagen, maar door hem weg te houden van schapen, geiten, alpaca's en ander vee. Daarom komt de provincie deze maand nog met een subsidieregeling voor wolfwerende hekken. 150.000 euro zit er in het potje, speciaal bedoeld voor veehouders op en rondom de Utrechtse Heuvelrug.
De provincie is ook van plan om afrastering aan te brengen aan weerskanten van de Doornseweg bij Leusden om aanrijdingen met overstekend wild aan te pakken.
Er wordt veel verwacht van de maatregel. "Het plaatsen van afrasteringen is een zeer effectieve manier om diersoorten te weren van landbouwpercelen. Uit recente gegevens uit België blijkt dat er sprake is van minder dode schapen sinds het gebruik van wolfwerende rasters", laat een woordvoerder weten.

Een wolfwerend hek, dat klinkt indrukwekkend. Maar eigenlijk zijn het gewoon vijf stroomdraden. Toch zijn er wel strenge eisen voor wie zo'n raster wil plaatsen en wie daar niet aan voldoet, kan ook geen vergoeding krijgen na een wolvenaanval

Zo moet het bestaan uit minimaal vijf stroomdraden waar ten minste 4.500 volt op staat. De onderste draad mag niet meer dan 20 centimeter boven de grond hangen, de bovenste mag niet lager dan 1,20 meter zijn. Op die manier kan een wolf er niet onderdoor, maar ook niet overheen.

Daar is Van Liere het niet mee eens. Als gedragsbioloog houdt hij zich al jaren bezig met het bedenken van oplossingen voor problemen die wilde dieren kunnen veroorzaken. Zijn mening over wolfwerende hekken is duidelijk: "Het kan effectief zijn, maar dan alleen voor naïeve wolven."
Wat is dan wel de oplossing? Volgens Van Liere moeten we dat zoeken in het natuurlijke gedrag van de wolf. "Het echte verhaal is dat er ook talloze wolven zijn die géén schapen doden. En we moeten ons afvragen: hoe komt dat nou?"

Jagen, bijten en eten

Dat die vraag zo weinig voorbij komt, komt volgens de gedragsbioloog doordat er verkeerd gedacht wordt over de gemiddelde wolf. Bijvoorbeeld dat hij alleen makkelijke prooien doodt. "Dat klopt niet. De wolf doodt de prooi die hij kent. En dus moeten we wolven afleren op schapen te jagen."
Dat klinkt misschien als een hels karwei, maar Van Liere denkt dat het kan door drie gedragskenmerken van de wolf aan te pakken: het opjagen, bijten en eten van schapen.
Allereerst het najagen. Hoe pak je dat aan? Van Liere stelt een soort alarmsysteem voor. "Je dost in een kudde één of twee schapen, bij voorkeur de meest dominante, uit met een hartslagsensor. Als zo'n schaap dan een wolf ziet komen en zijn hartslag gaat omhoog, triggert dat een systeem dat de wolf moet afschrikken: lichten, knallen, mensengeluiden. Het jagen op schapen is voor een wolf een soort spelletje, dat door zo'n alarm ineens niet leuk meer is."
Als een ouderpaar er dan van eet, gaan ze over hun nek en is de kans kleiner dat ze schapenvlees naar hun jongen brengen.
Diederik van Liere
Daarnaast vinden wolven het lekker om in schapen te bijten. "Vergelijk het met roken of kauwgom kauwen bij mensen", vertelt Van Liere. Maar net als roken, is ook het bijten in schapen af te leren, bijvoorbeeld met een schokkraag. "Ter hoogte van de adamsappel geef je de schapen een kraag met een heel sterke sensor. Als de wolf dan bijt, krijgt hij een schok over zijn kiezen die écht pijn doet. Dan leert de wolf wel af om te bijten."
Dat lijkt een beetje op een wolfwerend hek dat ook een schok geeft, maar is volgens Van Liere toch anders. "Bij zo'n hek is er nog afstand tussen roofdier en prooi, dus de schok wordt niet gekoppeld aan het schaap. Bij een schokkraag wordt het bijten zelf afgestraft met iets negatiefs. Dat is cruciaal."
Dan blijft het laatste gedragskenmerk over: eten. Daarvoor heeft de gedragsbioloog een creatieve oplossing: leg een schapenkarkas neer bij een wolvenhol en behandel het schapenvlees het met een misselijkmakend gif waar de wolven niet van doodgaan. "Als een ouderpaar er dan van eet, gaan ze over hun nek en is de kans kleiner dat ze schapenvlees naar hun jongen brengen."

'Lullig hekwerk'

Dat laatste is belangrijk, want als wolvenpups van hun ouders niet leren om schapenvlees te eten, doen ze dat ook op latere leeftijd niet. "Als er dus een probleem is met een wolvenpaar dat schapen doodt, is het van belang te beginnen bij de puppy's. Op die manier krijgen zij geen ervaring met het doden van schapen."
Wat volgens Van Liere ook nodig is, is een eenduidige aanpak van wolven in ons land. "Een van de gedragskenmerken aanpakken werkt niet. Stel je leert het eten af, dan gaan ze alsnog schapen najagen en bijten voor de leuk. Je moet een strategie opstellen en een hekwerk lost het probleem niet op."
Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws via nieuws@nieuwsplein33.nl.